Ik spreek vooral erg veel uitwisselingsstudenten. Hier op Fantoft (enkele lage flats en een hoge vol studenten) wonen bijna alleen maar uitwisselingsstudenten, in Klubb Fantoft (kroeg/café/club) komen dus ook bijna alleen maar uitwisselingsstudenten en eventuele activiteiten worden vaak georganiseerd voor en door, je raadt het al, uitwisselingsstudenten. De studenten komen van over de hele wereld, de mensen die ik regelmatig zie komen bijvoorbeeld uit Duitsland, Canada, Slowakije, de VS, Italië, Oostenrijk, Australië, Finland en natuurlijk ook een paar uit Nederland. Dus je kunt tijden praten over de verschillen tussen al die landen. Iedereen hier is erop uit om mensen te ontmoeten, waardoor er geregeld eetpartijtjes en samenkomsten anderszins zijn waar je een heleboel mensen tegenkomt.
Dit alles helpt niet echt om mijn Noors te verbeteren. Behalve de enkele woordjes in de supermarkt spreek ik het eigenlijk niet, ook omdat er weinig oefening te krijgen is. Meestal krijg ik wel een aardig idee van het gespreksonderwerp als twee Noren met elkaar praten, maar dat is niet genoeg om iets terug te kunnen zeggen. En als je eenmaal in het Engels begint, dan komt er van dat Noors helemaal niks meer. De Noren die je ziet op straat of in de bus zijn, zoals Wendela al gehoord had, een beetje nors. Ze lijken er niet echt op uit om contact te maken met andere, vreemde mensen. In de bus word ik doorgaans compleet genegeerd, zelfs door de chauffeur, maar ik blijf natuurlijk gewoon consequent 'Hei' zeggen tot ze het door hebben dat ze iets terug moeten zeggen. Nu vind ik het niet zo raar dat mensen je op straat negeren, maar als je in de heuvels aan het lopen bent is het niet anders. Ik was altijd gewend in Nederland en ook in de Alpen dat je je medewandelaars altijd vriendelijk groet of op zijn minst toeknikt. Zelfs dat heb ik hier zelden gezien.

Dat gezegd hebbende lijkt het er ook op dat de uitzonderingen op deze algemene houding des te vriendelijker zijn. Als het eerste contact eenmaal gemaakt is, zijn de Noren verschrikkelijk behulpzaam en aardig. Om het een en ander toe te lichten: vandaag begon mijn vak Neurochemistry, althans, volgens mijn informatievoorziening. Ik moest me melden bij de receptie op de zesde verdieping van een gebouw bij het ziekenhuis, maar daar aangekomen (netjes op tijd) wist de receptioniste helemaal niks van enig onderwijs die dag. Ook al had ze geen idee waar ik het over had, heeft ze net zo lang rondgebeld en gevraagd totdat ze iemand gevonden had die mij verder kon helpen. Uiteindelijk bleek dat de professor de bijeenkomst had verplaatst naar morgen, maar dat stond natuurlijk niet op mijn internetpagina. Overigens blijkt dat vak een zelfstudievak te zijn, wat betekent dat ik op eigen houtje een boek door mag gaan werken de komende paar maanden. Terwijl ik juist zo gesteld was op de passieve route van kennisvergaring...
Ook het vak Experimental Techniques in Physical Chemistry begon vandaag. We zijn met zijn tienen, geleid door een professor die erg hakkelend Engels spreekt. De Noren bij dit vak zijn dan weer wat minder communicatief, en stelden al hun vragen consequent in het Noors. Voor de praktische opdrachten zal ik gaan samenwerken met een beginnende PhD-student genaamd Vijayshankar uit het zuiden van India (die een beetje vreemd ruikt).
Sinds het vorige stuk hier heb ik al wat meer van de omgeving van Bergen verkend. Vorige week woensdag beklommen we Ulriken, de hoogste heuvel rond Bergen, met tevens het mooiste uitzicht. Deze wandeling was de langste en de zwaarste tot nu toe, zeker omdat de laatste honderden meters door een dikke laag sneeuw gelopen moest worden, waar je bij elke stap tot halverwege je schenen in de sneeuw zakte.

Die vrijdag ben ik met Mathijs gaan liften richting de Hardangerfjord. Uiteindelijk kwamen we zo'n 100 km ten oosten van Bergen uit, in het plaatsje Norheimsund. Hier had je een prachtig uitzicht op de op-een-na grootste fjord van Noorwegen. Het was alleen wel wat kouder daar in het binnenland dan we verwacht hadden, dus toen we een uur moesten wachten op een auto terug naar Bergen waren we wel een beetje verkleumd. Toevallig was er vlak achter onze liftplek een hele mooie, 50 meter hoge, geheel bevroren waterval waar je achterlangs kon lopen. Dat was een heel bijzonder gezicht, een waterval die instantaan leek te zijn bevroren, inclusief de rare vormen en spetters. Het was dan ook, volgens de geëmigreerde Nederlander die we daar spraken, een tijdje -24 graden geweest daar. Uiteindelijk kregen we een directe lift terug naar Bergen van een kleine Schot die elke zin antwoordde met "Ay, lads!" en het gespreksonderwerp minimaal eens per vijf minuten terugbracht op de schoonheid van Noorse meisjes. Hij boodt ons bij afscheid nog een zomerbaantje aan op een van zijn viskwekerijen.

Naast een korte verkenning van het eiland Sotra, ben ik de rest van de dagen vooral bezig geweest met het schrijven van mijn eerdergenoemde paper. Het begint langzaam ergens op te lijken, maar omdat het een zeer controversieel onderwerp is ben ik erg veel tijd kwijt met het lezen van artikelen (bijvoorbeeld getiteld: "Decoherence and Ontology (or: How I learned to stop worrying and love FAPP)"). Maar na morgen zijn al mijn vakken begonnen en zal ik wat minder tijd hieraan te besteden hebben.
Ik was van plan mijn Noorse woordenschat een klein beetje te vergroten door een kinderboek te kopen dat ik al ken en dat proberen te lezen. Helaas bleek een nieuw exemplaar een beetje te duur, maar tot mijn grote vreugde kwam ik twee prachtige boeken van Pettson tegen bij de tweedehands winkel ("Pannekakerøre" en "Gubben og katten på teltur")! Dat zijn nog eens lichtpuntjes.
Een laatste noemenswaardige gebeurtenis was een 'jam session' in Klubb Fantoft afgelopen zondag. Het idee bleek dat mensen met wat instrumenten, die daar aanwezig waren, muziek mochten gaan maken, in aanwezigheid van iedereen die maar wilde komen luisteren. Ik had al aan enkele mensen verteld dat ik mijn gitaar mee had genomen, dus die moedigden mij aan eens iets te laten horen. Ik voelde er niet zo veel voor om met anderen te improviseren, omdat ik daar niet bepaald goed in ben, maar aan het eind van de avond, toen ik genoeg moed verzameld had, heb ik nog wel een dikke twintig minuten voor enkele tientallen toehoorders wat nummers gespeeld. En gelukkig ging dat nog best goed. Ook had ik met de andere muzikanten afgesproken om eens een keer samen te oefenen zodat we op een volgende gelegenheid samen iets goeds kunnen gaan spelen. Twee van deze muzikanten bleken ook nog eens echte authentieke Noren!
Zijn we alweer aangekomen bij het vragenrondje:
Jan Peke: Dat rechthoekige witte vlak in de stad is een grote vijver die helemaal bevroren en besneeuwd is.
Nadine: Ja, ik was gewaarschuwd voor de Noorse prijzen, maar heb het niettemin een beetje onderschat. Ik had verwacht dat de (non-alcoholische) artikelen in de supermarkt niet zo duur zouden zijn, omdat de Noren toch ook moeten eten, maar ik was vergeten dat de Noren natuurlijk een Noors salaris krijgen. En waarom Mathijs geen blog heeft, tsja, dat mag je aan hem vragen.
Noren zullen niet zo snel hallo terug zeggen tijdens een bergwandeling, ze zullen zich nog eerder verontschuldigen voor hun aanwezigheid ;) Het komt niet voort uit onvriendelijkheid.. meer uit jou niet willen storen.. Maar voor ons best raar!
BeantwoordenVerwijderenIk ben stiekem de stukjes aan het meelezen, erg leuk. Nu ben ik helemaal jaloers en wil ik ook weer naar Scandinavië!
He Joen, wat doe je het toch goed! Ben heel trots op je. Misschien moeten de Noren dan maar massaal in therapie,niet gezond als je je moet verontschuldigen voor je aanwezigheid. En bedankt maar weer ;een heel gaaf stukje voor de achterblijvers. liefs Wendela
BeantwoordenVerwijderenPrachtige foto's weer! In holland is het weer ontzettend wispelturig. Gisteren nog enkele graden vorst in Utrecht, vandaag dooit het weer een beetje. En intussen ben ik aan het SOGgen door je blog te lezen.
BeantwoordenVerwijderenOver die vijver: zijn er geen Noren op Noren (haha!) die graag die vijver gebruiken?