Vorige week vrijdag voegden we woord bij daad, en propten we ons met ons vijven, twee gitaren, een mandoline en een mondharmonica in een lift van de hoogste toren van Fantoft. Al spelend reisden we heen en weer tussen de begane grond en de zeventiende verdieping, geregeld met bezoek. Door de warmte in dat kleine hokje en het gebrek aan ruimte was de muziek niet altijd even spetterend, maar we hadden er verschrikkelijk veel plezier in. Zo waren de mensen op de negende verdieping zo enthousiast dat ze de lift keer op keer naar hun verdieping haalden om ons bij het openen van de deuren toe te juichen, en kregen we een tijdje bezoek van een Italiaans meisje dat ons tijdens het spelen roomijs voerde. En er was een goedlachse kerel die spontaan met een rap over zijn vriendin en zijn leven inhaakte, met onze stampende voeten als beat.
Voor afgelopen weekend werd goed weer verwacht, en dus was het een goed moment voor de eerste serieuze wandeltocht van het jaar. Met zijn negenen namen we de bus naar Kårtveit, een verzameling huizen (of zoals de Engelsen mooi zeggen: 'hamlet') op het noordelijke deel van Sotra, een groot eiland (of eigenlijk een groep eilanden) dat Bergen van de Noordzee scheidt. Het plan was om vanaf daar in twee dagen de kleine 40 km naar Tælavåg te lopen, met onderweg de beklimming van Liatårnet, met 341 meter de hoogste berg van Sotra. In Noorwegen wordt het mooie principe van 'allemannsretten' gehanteerd, wat grofweg inhoudt dat je mag gaan en staan (en kamperen) waar je wilt, mits je de natuur niet verstoort en andermans eigendom niet beschadigt. En dus waren we allen beladen met slaapzakken, slaapmatjes, tentonderdelen en eten voor twee dagen.
Het weer was geweldig. Twee dagen slechts strakblauwe lucht, met een graad of 12, zodat je met de warmte van de inspanning erbij in alleen een t-shirt kunt lopen.
De eerste dag begonnen we rond een uur of één met lopen, en al meteen werd duidelijk dat de Noren niet zo bedreven zijn in het markeren van wandelpaden. Het vinden van het beginnetje van het eerste pad kostte al zo'n twintig minuten. Bijna onze hele route ging over het de 'Nordsjøløypa' (Noordzeepad), een verzameling paden in meerdere landen langs de Noordzee. Onze weg werd gemarkeerd door blauwe verfstrepen op stenen, op rechte stukken vaak om de drie meter een klodder. Maar op andere punten ontbrak de blauwe verf, bij voorkeur daar waar het pad een haakse bocht maakt, zodat je er pas na een meter of honderd achter komt dat je het pad al een tijdje kwijt bent. En dus werd de kaart regelmatig getrokken, om te zien of het pad links of rechts van dat plasje water of die ene heuvel liep, en hadden we de beste spoorzoekvaardigheden nodig om te ontdekken dat dat geknakte grassprietje inderdaad onderdeel was van het pad dat we zochten.
Ondanks dat alles kwamen we rond een uur of half acht met vermoeide benen aan bij een meertje genaamd Gyravatnet, waar we een zo vlak mogelijk stukje helling uitzochten voor de tenten. Het is iets heel moois om door een landschap zonder tekenen van beschaving te lopen op zoek naar een mooi slaapplekje, en er vervolgens je basis van te maken voor een nacht.
Robert en Christoph deden een poging een vis te vangen, de rest hield zich bezig met het opzetten van tenten, en het verzamelen van hout voor een vuurtje. We zaten daarna gehuld in alle kleren die we bij ons hadden rond het vuur, roosterden worstjes en fabriceerden koekjes met gesmolten chocola. Toen het vuur ons niet meer warm kon houden, vertrokken we richting tent, om te ontdekken dat zelfs deze betrekkelijk vlakke ondergrond geenszins vlak was. Het hoofdeinde van Mathijs' tent lag een goede dertig centimeter lager dan het voeteneinde, wat mij al na vijf minuten hoofdpijn bezorgde. Het lag stukken beter met mijn hoofd in het smalle voeteneinde, ik hoefde alleen nog maar een positie te vinden waarbij ik geen last had van de enorme graspollen onder mijn heup en knie. Mijn hoogwaardige slaapmatje leek tegen deze bulten niet opgewassen, maar wonderbaarlijk genoeg heb ik toch een aardige nachtrust te pakken weten te krijgen. In de andere tenten waren ze helaas minder goed geslaagd.Dag twee begon met het beklimmen van Liatårnet, na dag een en de nacht een behoorlijke uitputtingsslag.
Na veel stijgen en dalen, een omweg hier en daar, langs en over rotsen en moerassen kwamen we rond een uur of vier aan bij het tankstation in Sund. Hier hielden Julia en Robert het voor gezien, omdat ze geen zin meer hadden om de laatste tien kilometer af te leggen. Terwijl zij terug naar Bergen liftten, gingen wij verder richting Kallestad en ten slotte Tælavåg. Dit deel van de route voerde langs hoge rotskusten en vele meertjes, in prachtige laagstaande zon. De laatste kilometers waren wat gehaast, omdat de vertrektijd van de laatste bus uit Tælavåg wel erg snel dichterbij kwam. We konden de huizen al vroeg zien staan, maar het dorp wilde maar niet dichterbij komen. Uiteindelijk bereikten we de bushalte met een half uur speling, maar alleen omdat we een pad vonden dat niet op de kaart stond maar een flink stuk van de geplande route afsneed.Daar was eindelijk het moment om in te storten. Wandelen met al die spullen bij je over terrein dat nooit vlak is, is zwaar, erg zwaar. Maar zelden heb ik me zo voldaan gevoeld na een flinke wandeling. Wildkamperen tijdens zo'n tocht voegt erg veel toe aan de ervaring, ondanks de ongemakken die daarbij komen kijken. Je hebt echt het gevoel dat je losstaat van de bewoonde wereld, met alles wat je nodig hebt in een rugzak op je rug.
Deze tocht maakte mijn verlangen naar een grote trektocht deze zomer weer wat groter. Inmiddels hebben de plannen een iets vastere vorm aangenomen. Het idee is dat ik met Mathijs halverwege juni een dag of twaalf door een nog te bepalen gebied in Noorwegen ga trekken, hopelijk vergezeld door Raoul. Waarschijnlijk zullen de rugzakken en het landschap dan zwaarder zijn, maar ik heb er vertrouwen in dat we het met wat oefening wel aankunnen om in die tijd ongeveer 200 km af te leggen. Eind juni kom ik dan weer terug naar Nederland, om de maand juli op de universiteit in Utrecht te werken bij de onderzoeksgroep waar ik mijn bacheloronderzoek gedaan heb.Inmiddels is het weer gaan regenen, zoals het hoort hier in Bergen. Maar ik ben voor de zoveelste keer overtuigd dat Noorwegen een van de mooiste landen van de wereld is.

