skip to main |
skip to sidebar
Het is alweer een hele tijd geleden dat ik schreef, teken dat ik weinig tijd heb gehad om eens rustig achter mijn computer te zitten en teken dat er wel het een en ander te vertellen is. Mijn tijd in Bergen loopt ten einde, over twee weken is Raoul hier aangekomen en trek ik met hem en Mathijs de bergen in voor een week of twee. Hoe dit precies gaat verlopen is nog niet helemaal duidelijk, omdat er, geloof het of niet, nog veel te veel sneeuw ligt in het Noorse binnenland. Mathijs heeft met een paar anderen afgelopen dagen pogingen ondernomen om in Stolsheimen, een gebied net achter Bergen, een paar hutten te bereiken, maar alle tochten werden afgebroken vanwege een overmaat sneeuw. Tenzij de sneeuw de komende twee weken heel hard gaat smelten, de mensen van de DNT de bruggen neerleggen en we de Hardangervidda in kunnen, zullen we een nieuw plan moeten trekken, met wandelingen wat dichter bij de kust.
Einde betekent ook dat de vakken op de universiteit afgerond moeten worden. Het scheikundevak dat ik volgde is inmiddels afgelopen, met een enkele korte presentatie was het ineens klaar, punten binnen. Op 7 en 10 juni moet ik nog een mondeling tentamen neurochemie en een schriftelijk tentamen kwantummechanica ondergaan, en de tijd ervoor zo veel mogelijk besteden aan het voorbereiden daarvan. Ik ben geenszins overtuigd dat ik deze vakken makkelijk zal halen, aangezien beide een eindje uit de route van mijn gebruikelijke studiegebied liggen en ik tot nog toe vooral bezig ben geweest met het vermijden van geestelijke arbeid.
Ondertussen heb ik wel een nuttige voorbereiding voor mijn master getroffen, die komende september in Utrecht gaat beginnen. Voor die master word je namelijk geacht een jaar lang onderzoek te doen op een chemische vakgroep van de universiteit, en deze plek dien je zelf te vinden. Na wat mailtjes heen en weer heb ik de keuze tussen twee projecten bij dezelfde begeleider voorgelegd gekregen, op de vakgroep Inorganic Chemistry and Catalysis. Ik ga dan ofwel proberen vetzuurgestabiliseerde katalytische halfgeleider nanodeeltjes op een poreuze koolstofdrager te plaatsen, ofwel nieuwe karakterisatiemogelijkheden onderzoeken voor allerhande nanodeeltjes, gebruik makend van röntgenstraling en elektronenbundels. Voor die laatste optie zou ik dan ook een keer of twee mee gaan naar de synchrotron (een soort deeltjesversneller voor licht, CERN maar dan een stuk kleiner) in Hamburg of Grenoble, en mijn toekomstige begeleider vermeldde alvast even dat de vakgroep goede connecties heeft met een heleboel vooraanstaande buitenlandse onderzoeksinstituten, voor als ik mijn stage moet gaan doen voor het masterdiploma. Deze begeleider is een goede, erg enthousiast en heeft nu al een bescheiden reputatie binnen het chemische departement, omdat hij prijzen wist te winnen en tijdens zijn master al enkele artikelen wist te publiceren.
Dit alles stelt me gerust dat ik de komende twee jaar iets ga leren, dat ze nuttig gaan worden voor mijn chemische ontwikkeling en dat ik de gelegenheid ga krijgen een prestigieuze universiteit te bezoeken.
En dan was ik ook nog jarig. Heel veel dank voor de post en de verjaardagswensen anderszins, ik geniet nog steeds erg veel van geluid uit Nederland. Het weer was voor de gelegenheid prachtig, zo mooi zelfs dat ik met Mathijs en Christoph een duik kon nemen in het zeewater bij het koninklijk landhuis in Bergen. 's Avonds kwamen er een boel mensen met nog meer eten langs, met een groot internationaal eetfestijn tot gevolg. Hoogtepunten waren de brownies, de inmiddels klassieke ostscones, Mathijs' zelfgebakken appeltaart en Andreas' zelfgebakken croissants en pains au chocolat. Het was een van die avonden waar er aan noch het eten noch de gezelligheid een eind lijkt te komen.
De dag erna kwam mijn moeder aangevlogen, en kon ze nog net de laatste jam session van het semester meepakken. We speelden het grootste deel van de avond vol, met achteraf een licht neerslachtige Gunnar die graag nog vele sessies muziek met ons gezelschap had willen maken. De dag erna arriveerden Elias en Malu. Wederom kon ik de stad laten zien (en Det Lille Kaffekompaniet, voor de dagelijkse dosis espresso), en dit maal ook veel natuur. Met het weer goedgezind, min of meer, beklommen we Ulriken en Fløyen, en maakte ik met Elias en Malu een tochtje rond Telavåg op Sotra. Ook at ik voor het eerst buiten de deur in Bergen, en het blijkt goed mogelijk om erg lekker te eten voor een goede prijs, mits je de wijn achterwege laat. Het bezoek kreeg nog enkele tassen spullen van Mathijs en mij in handen gedrukt, zodat we tijdens het liften terug naar Nederland (hopelijk) niet meer dan een backpack, plus een gitaarkoffer in mijn geval, hoeven mee te nemen.
Om maar bij de rode draad van dit verhaal te eindigen, het semester komt ten einde. Er zijn veel 'laatste dingen,' en langzaamaan vertrekken de mensen met wie ik de afgelopen maanden opgetrokken heb. Belangrijkste in dit verband is Julia, die ik sinds een kleine maand mijn vriendin kan noemen. En dan kun je je tijd samen nog zo goed besteden (en gelukkig zijn de dagen tegenwoordig bijna zonder einde), het moment van afscheid blijft als een donkere wolk in het achterhoofd hangen.

Ze zouden komen, toen strooide een zekere IJslandse vulkaan roet in het eten, maar Ryanair besloot op het laatste moment toch naar Oslo te vliegen op 22 april. En dus kon ik een dag later Hanna en Annelot van de trein halen, of eigenlijk, vanwege een falende wekker, van de bushalte bij Fantoft. Die nacht had het nog eens flink gesneeuwd, en alle heuvels hadden hun witte toppen weer terug gekregen, wat, komend uit een Nederlandse lente, even verwerkt moest worden. Gelukkig draaide het weer naar heus lenteweer gedurende het weekend, zodat Hanna en Annelot konden proeven van twee seizoenen.
Na een ontbijtje en een klein dutje trokken we de stad in, en kreeg ik de kans om de stad aan anderen te laten zien. De houten steegjes van Bryggen, het uitzicht van Fløyen en de superieure koffie van Det Lille Kaffekompaniet. In de avonden maakten Hanna en Annelot zich geliefd bij een select gezelschap uitwisselingsstudenten door zeer smakelijke maaltijden op tafel te zetten, en konden ze inhaken bij een sessie muziek maken, met gitaar, ukulele, zang en een heleboel keukenaccesoires, waarna Annelot zich verbaasde dat je zo veel plezier kon hebben zonder een druppel alcohol. Ik geloof dat ze zich vermaakt hebben in deze stad, maar dat kan men misschien beter bij hun zelf navragen.
In de trein van Stockholm naar Oslo, een wat ouderwetse locomotief met een paar wagons erachter. Naast me zit Julia zijwaarts op de bank met haar tenen onder mijn dij voor de zoveelste keer naar 'Strawberry Swing' van Coldplay te luisteren. Christoph tegenover me is op zijn laptop aan het werken voor een opdracht voor een meteorologievak, en kijkt daarbij af en toe bedachtzaam naar het plafond van de wagon. Maud maakt wat oefeningetjes uit een leerboek Noors, dat ze kocht voor ze naar Bergen kwam, maar die ze tot nu toe nauwelijks open had geslagen. Inga leest aandachtig uit haar tijdschrift over de Zweedse koninklijke familie, omdat ze tijdens ons verblijf in Stockholm een lichte fascinatie voor die mensen heeft opgebouwd. Zelf lees ik een boek dat me heel erg goed bevalt, 'Immortality' van Milan Kundera, en kijk ik tussen de regels door naar het Zweedse binnenland dat voorbij komt. Zweden is veel vlakker dan ik dacht, en de stukken landbouwgrond doen me denken aan Nederland. Maar de naaldbossen en de meren, onder een blauwe lucht met wat wattenwolken, herinneren me er aan dat ik door Scandinavië reis. En terwijl ik mijn omgeving in me opneem, bedenk ik dat dit misschien wel het mooiste deel van de hele trip is: een lange, volkomen ontspannen treinreis door een onbekend gebied met vreemde namen.
Een week eerder reisden we met Mathijs nog in ons gezelschap met de trein van Bergen naar Göteborg. Voor het eerst kon ik daarbij het uitzicht bewonderen tussen Bergen en Oslo, waar de spoorlijn langs de rand van de Hardangervidda loopt. Het mag dan wel mei zijn inmiddels, in het Noorse binnenland is het gewoon nog winter, met slechts sneeuw en ijs waar je ook kijkt.
In Göteborg werden we opgewacht door Petter, onze couchsurfhost voor de komende twee nachten. Voor diegenen onbekend met het fenomeen: er bestaat een groep mensen die hun huis gratis openstellen voor bezoekers die een plek nodig hebben om de nacht door te brengen. Op internet kun je een profiel aanmaken en verzoeken tot slaapplaatsen versturen, en op die manier had Mathijs geregeld dat we twee nachten met ons zessen in het appartement van Petter konden doorbrengen. Petter toonde een mate van gastvrijheid die ik nog nooit heb gezien. Je krijgt het gevoel dat je een addertje mist als iemand je vertelt dat je in zijn huis mag slapen, zijn hele koelkast leeg mag eten en alles mag gebruiken dat je tegenkomt, bij voorkeur zonder het eerst te vragen, om vervolgens de sleutel te overhandigen met de mededeling dat hij bij zijn vriendin slaapt. Zoveel vriendelijkheid zonder tegenprestatie is een ervaring op zich, een die je doet afvragen hoe behulpzaam je zelf eigenlijk bent.
Met wat aanwijzingen en tips van Petter op zak trokken we de volgende ochtend de stad in. Göteborg blijkt een hele prettige stad te zijn, zonder veel bijzonder mooie gebouwen, maar met veel grote parken, gezellige straatjes en goede sfeer. We vulden de dag met slenteren langs Saluhallen, een grote overdekte markt, langs de elanden en pinguins in een van de parken, en met een bezoekje aan een goede gitaarwinkel, waar ik met trillende handjes een gitaar van meer dan 5000 euro van de muur pakte om tot mijn vreugde te ontdekennen dat mijn eigen gitaar beter klinkt. Een 24-karaats gouden tip die wij van Petter kregen, en die ik nu doorgeef aan ieder die overweegt Göteborg aan te doen, is een luxe (banket-)bakker genaamd Steinbrenner & Nyberg. Hier kun je voor een luttele 87 SEK (negen euro) genieten van de soep van de dag, verschrikkelijk lekker vergebakken brood, koffie en thee, en als eigenlijke hoogtepunt, een buffet van een stuk of zes hele chique taarten. En voor dat alles gold, neem zo veel je wilt. Student als wij zijn, hebben we voor drie dagen aan eten opgeschept en optimaal genoten van de zeldzame gelegenheid.
Na anderhalve dag in Göteborg pakten we de trein door naar Stockholm. Omdat we in Stockholm geen couchsurfhost konden vinden, hadden we een hutje genomen op een camping aan de rand van de stad. Het was er een van het minimalistische soort, zo klein dat je, wanneer we alle zes binnen waren, geen stap kon zetten zonder iemand aan te stoten. Maar het was goedkoop, en als je de hele dag buiten doorbrengt is dat eigenlijk het enige dat telt. Met een metrokaart op zak konden we gaan en staan waar we wilden, maar in de pratkijk kwamen we altijd uit in Gamla Stan, het oudste gedeelte van de stad. Hier vind je kleine steegjes en straatjes en het koninklijk paleis, waar elke dag om kwart over twaalf met veel poespas en fanfare de wacht gewisseld wordt. We hebben de dagen vooral doorgebracht met struinen, daarbij elk gebouw binnenlopend dat er enigszins interessant uitzag, en vele dubbele kopjes espresso. Stockholm is erg plezierig, en in tegenstelling tot Bergen is het een echte stad. Het gehele centrum is bezaaid met mooie straten en mooie huizen, en het water is nooit ver weg. In combinatie met goed weer is het de ideale plek om wat rond te lopen en om op bankjes te zitten.
Mathijs en ik konden het niet laten om een bezoek te brengen aan Ytterby, een bescheiden verzameling huizen op het eiland Resarö ten westen van Stockholm. Ytterby is bekend bij (bijna) alle scheikundigen, omdat er maar liefst vier elementen uit het periodiek systeem naar zijn vernoemd (erbium, terbium, yttrium en ytterbium). Er was vroeger namelijk een mijn op dat eiland waar men het mineraal gadoliniet delfde, en dat mineraal bevatte zes elementen die in die tijd nergens anders te vinden waren. Behalve een gedenkplaat op een steen en enkele straatnamen vermoend naar elementen is er echter niks te zien in Ytterby. Maar ik heb nu een drie kilogram zware steen uit Ytterby, en in scheikundige kringen is dat heel wat waard (sarcasme).
De dag voor de terugreis zetten we Mathijs op de boot naar Riga. Inmiddels is hij veilig aangekomen bij Renee in Moskou. Ik duim alvast voor een goede terugreis, per trein en boot door Estland, Finland en Zweden terug naar Bergen.
Dit stukje is geenszins een volledig verslag van de reis door Zweden, maar er mag ook wel iets te vertellen blijven als ik eenmaal terug ben in Nederland. Dat terug naar Nederland begint langzaam te dagen aan de horizon. Ik heb mijn kamer al opgezegd, en de terugreis is min of meer vastgesteld. Het plan is om 26 of 27 juni te beginnen met liften richting Nederland, met Mathijs, Christoph en Raoul, die twee weken eerder uit Nederland overkomt om hier te wandelen. Na een dag of drie zijn we dan waarschijnlijk thuis, via Kristiansand, de boot naar Hirsthals en dwars door Denemarken en een stuke Duitsland.
Tot die tijd geniet ik hier van de lente die eindelijk, na een zeer onstuimige en wispelturige maand april, begonnen is. De bomen worden langzaam groen, en de mensen beginnen meer te lachen. Helaas zal ik de komende dagen veel binnen moeten doorbrengen, omdat de vakken aan de universiteit hun einde naderen en ik natuurlijk veel te veel uit mijn neus heb zitten eten toen ik eigenlijk werken moest.
En aangezien het schrijven van dit stukje mij ook van het werk houdt, brei ik er met deze zin een eindje aan.