In de laatste dagen van mei, het lijkt al weer een eeuwigheid geleden, was ik in Bergen de laatste tijd op uitwisseling aan het beleven. Op 30 mei bijvoorbeeld, liepen ongeveer achtduizend mensen de 7-fjellsturen, een georganiseerde wandeltocht over de 'officiële' zeven heuvels van Bergen. Omdat ik niet zo van in rijtjes lopen houd, liep ik niet mee, maar ik betreurde mijn keuze al snel. En dus maakte ik enkele dagen later de tocht van 35 kilometer, met 2400 meter op en neer, bij wijze van afscheid aan de Bergense natuur.
In die dagen gebruikte ik het grootste deel van de dag om mijzelf neurochemie aan te leren, voor het mondelinge tentamen. Het was tergend om met mooi weer buiten, met vrienden die mooie tripjes maken en een vriendin naast je die je een tijd lang zal moeten missen een boek door te spitten waar niets anders dan kurkdroge, slechts bij vlagen licht interessante informatie in staat. Uiteindelijk was het mondelinge examen volledig gericht op de lullige feitjes, een test in onthouden en niet in begrijpen. Ik kwam er vanaf met een C, ongeveer een 7.
Met die studiepunten had ik mijn bachelor scheikunde binnen. En met die gedachte kon ik de motivatie niet meer opbrengen om nog twee dagen hard te studeren voor het tentamen kwantummechanica, niet in de laatste plaats omdat ik al snel ontdekte dat ik tijdens het semester te weinig had geleerd en ik nooit meer een echt goed cijfer zou kunnen halen. Het vak heb ik dan ook niet gehaald, jammer maar helaas.
Met het laatste tentamen waren ook de laatste drie dagen in Bergen aangebroken. Tenminste, de laatste drie met een eigen kamer, omringd door alle vrienden die ik het afgelopen halfjaar gevonden heb. Bijna elke avond was er wel een groot gezamenlijk avondeten om iemand gedag te zeggen, en de dagen bracht ik door met Julia, omdat we elkaar een hele tijd moesten missen. Raoul kwam aan met de trein, klaar voor een stevig potje wandelen. Ik verdeelde mijn spullen over een doos en mijn backpack en maakte mijn kamer schoon. Toen nog een laatste maaltijd met iedereen, nog een ontbijt de volgende ochtend met iedereen, een mooi afscheid, en Mathijs, Raoul en ik waren op weg naar Stavanger.We liftten met zijn drieën vanuit Bergen naar de omgeving van de Lysefjord, een van de klassieke Noorse fjorden, bekend van de vakantiegidsen. Zelfs met drie jongens en drie backpacks ging het erg voorspoedig, vooral omdat we vanaf de boot in Halhjem (in Noorwegen worden doorgaande wegen regelmatig onderbroken door veerboten), zo'n 30 km ten zuiden van Bergen, een directe lift kregen naar Stavanger. Hij was een Schot woonachtig in Newfoundland, in Noorwegen voor zijn werk als machtig persoon bij een bedrijf dat, als ik het goed begrepen heb, allerlei meters en ander materiaal levert voor olieplatforms. Hij praatte voluit over zijn hele leven, en was zeker een half uur bezig om uit te leggen wat er nou precies fout is gegaan in de Golf van Mexico. In Stavanger namen we de boot naar Tau, en vervolgens een bus naar The Middle of Nowhere, een vrij willekeurig bosweggetje dat we de buschauffeur op de kaart aanwezen. Daar begon onze tocht door onverkend terrein. Gewapend met kaart en kompas, en op de rug een tent, matje, slaapzak, kookspullen en een boel eten, trokken we een gebied in ten noorden van de Lysefjord.
De dagen erna waren van een onbeschrijflijke schoonheid en rust. Je loopt waar nog nooit iemand gelopen heeft, en hebt de vrijheid om je tentje op te zetten waar je maar wilt. In de praktijk is het nog wel eens moeilijk om een enigszins droog en vlak plekje te vinden, maar uiteindelijk is er altijd wel iets. We kookten op steeds professioneler wordende vuurtjes (als je twee vlakke stenen tegenover elkaar zet, en met eentje de achterkant afdekt, met de opening naar de wind en je pannetje er bovenop, dan kookt het water sneller dan in de gemiddelde waterkoker), sprongen in ijskoude meertjes om iets van lichamelijke reinheid te bewaren en liepen de hele dag door woest maar o zo schitterend landschap.
Maar na drie dagen was het einde van onze etensvoorraad in zicht, en dus liepen en liftten we naar Jørpeland, het dichtsbijzijnde dorp. Daar sloegen we een etensvoorraad van kant-en-klaarmaaltijden, droge koekjes en chocola in, plus een boel eten om ter plekke te eten, ter aanvulling van de opgelopen voedingsstofachterstanden. Na nog twee liften bereikten we Forsand, het dorpje waar de boot vertrekt die de Lysefjord in zijn geheel afvaart. Daar verbaasden een bus vol Duitsers die ons in Jørpeland op het gras hadden zien liggen bunkeren zich erover dat diezelfde drie jongens met backpacks 30 km zuidelijker ook al op het gras lagen te luieren. De boot, waar we om onduidelijke redenen niks voor hoefden te betalen, bracht ons met enkele tussenstops in Lysebotn, het gehucht aan het uiteinde van de fjord. We vroegen wat rond of er een mogelijkheid was om ergens warm te douchen, want zelfs als het minimale leven in de natuur zo mooi is, is een fris en schoon gevoel heel wat waard. Je gaat luxes als een warme douche en een volwaardige wc wat meer op prijs stellen tijdens zo'n tocht. Uiteindelijk vonden we een man die ons naar zijn bed & breakfast bracht, waar we voor 20 kronen wel mochten douchen. Hij was een van de twaalf landeigenaren in Lysebotn, en vertelde graag over zijn jachttripjes in de bergen en het leven in zo'n afgelegen dorp terwijl een van ons zich in de badkamer bezighield. Dezelfde middag nog liepen we het eerste stukje van de geplande tocht langs de Lysefjord, naar Preikestolen. Ditmaal wandelden we over gemarkeerde paden, wat duidelijk een stuk sneller ging dan het wilde lopen van de dagen ervoor. Na twee wandelingen van ruim 20 km en twee nachten bij mooie meertjes bereikten we Preikestolen, een vierkante klif die aan de rotswand hangt met aan drie kanten een 600 meter naar beneden tot het water, en misschien wel de beroemdste natuurattractie van Noorwegen. Er loopt een (te) goed gemarkeerd pad van een parkeerplaats naar boven, en in de zomermaanden staan er overdag steeds minstens veertig mensen bovenop de rots. Vandaar dat we erg graag wilde kamperen daarboven, zodat we in de avond en de ochtend erna de rots en het uitzicht voor onszelf hadden. En wat was het uiteindelijk mooi daarboven, met het vlakke licht, wat wolken en de spiegelingen van de fjord, afijn, zie de foto's, ook al zijn het natuurlijk maar matige weergaven van de werkelijke belevenis.
Na de volgende ochtend wat te hebben rondgebanjerd rond Preikestolen, ons verbazend over de horde mensen die ineens naar boven kwamen lopen, pakten we onze spullen weer in, en liftten we zeven auto's achter elkaar naar Odda, een industriestadje aan een zijtak van de Hardangerfjord. Mathijs wilde hier erg graag wandelen naar Trolltunga, een plak steen die een meter of vijf horizontaal uit de rotswand komt zetten. Eigenlijk vond ik het niet zo'n erg goed idee, voornamelijk omdat we op wat droge koekjes na geen eten meer hadden of konden kopen, geen kaart hadden, en het een hele flinke wandeling zou worden van zo'n 20 kilometer met een kilometer op en neer, met af en toe een veldje sneeuw. Maar de wil was groot, dus sjeesden we er heen, maakten de klassieke foto's, en sjeesden terug, op tijd om een lift naar het dal te krijgen. Vervolgens slaagden we er op wonderlijke wijze in om in de avondzon een directe lift terug naar Bergen te krijgen, via een van de mooiste wegen van Noorwegen (de weg tussen Kvanndal en Øystese, mocht je er ooit in de buurt zijn).Terug in Bergen was het tijd om de reis terug naar huis voor te bereiden en de stad gedag te zeggen. Raoul kreeg nog even de kans om de stad te zien, ditmaal zonder de mist en de miezer die rondhing voor we de natuur in trokken. Tegen de verwachting in pasten alle spullen die ik bij Christoph had achtergelaten in mijn backpack, die daarmee alleen wel verschrikkelijk zwaar was geworden.
Na drie dagen genieten van de lage hoeveelheid inspanning, hesen we, dat wil zeggen Mathijs, Raoul, Christoph en ik, onszelf in onze vele tassen (en gitaarkoffer) en begonnen met liften naar Kristiansand. Met Raoul bereikte ik na een kleine twaalf uur reizen de haven waar onze boot naar Denemarken de volgende ochtend zou vertrekken. Het liften ging vrij voorspoedig, al werden we door onze eerste lift op de verkeerde plek afgezet waardoor we met al onze spullen een half uur moesten lopen, en hadden we wat moeite om Stavanger uit te komen. Die avond sloegen we de tent op in een stukje bos annex park vlak bij de haven, uit krenterigheid en omdat we om zes uur voor het kaartjesloket moesten verschijnen. Geheel lek gestoken door 'midges' (in het Nederlands kennelijk knutjes genoemd) stonden we op tijd voor die balie, om te ontdekken dat de boot sinds we de prijs op internet opzochten ineens bijna twee keer zo duur was geworden. Het mocht het tempo echter niet drukken, en eenmaal op de boot begonnen we iedereen die niet in slaap was gevallen of een grote familie om zich heen had te vragen of ze misschien zuidwaarts reden en een plekje over hadden voor twee grote jongens met dito rugzakken. Met na bijna twee uur de hopeloosheid in zicht vonden Mathijs en Raoul een lift naar Kolding, halverwege Denemarken, en Christoph en ik een naar Hamburg. Daar ging het liften voor de eerste keer licht de mist in, omdat onze chauffeurs op het laatste moment besloten om een file te ontwijken en dus via kleine weggetjes naar het centrum van Hamburg te rijden. Christoph en ik besloten toen maar dat meerijden beter was dan ergens van de snelweg af uit te stappen. We namen, met dank aan Christophs eerdere liftervaringen, de S-bahn naar de rand van Hamburg, toen nog een bus en een stukje lopen, waarna we weer op een tankstation aan de snelweg stonden. Inmiddels was het al wel na zessen, dus ik begon hem een beetje te knijpen of ik wel voor het donker in Nederland zou komen. De volgende lift ging naar Dortmund, ideaal voor Christoph, en ik zou dan wel eventjes voor Bremen uit kunnen stappen, om alleen verder te liften naar Groningen. Eenmaal in de auto bleek de chauffeur via Hannover te rijden, en was de mogelijkheid Zandeweer die avond per lift te halen voorgoed verkeken. Gelukkig, in zekere opzichten dan, reed hij wel met een gangetje van ergens tussen de 160 en 210 km/u over de Autobahn, waardoor ik al snel in mijn eentje op een tankstation 60 km voor Osnabrück stond. Daar kwam gelukkig al na een minuut of tien een Nederlandse man langs die twee lifters uit de auto zette, en die niet te beroerd was meteen een derde mee te nemen. Hij moest in Montfoort wezen, en bood me aan me op een adresje in Utrecht af te zetten. Ik had misschien de laatste trein naar Groningen kunnen halen, maar met zo'n aabod sliep ik liever eerst een nachtje bij Elias en Malu, en dus stond ik, twee volle dagen liften sinds ik uit Bergen de deur dichttrok, met een half jaar aan bagage in een Utrechtse volkswijk de deurbel van 14bis in te drukken.
Nu ben ik al tweeënhalve dag op de boerderij in Zandeweer aan het landen. Nederland, bijvoorbeeld het boerenlandschap zoals ze dat hier in het noorden van Groningen hebben, voelt nog steeds vertrouwd, en het schuift mijn herinneringen aan Noorwegen vrij snel naar een plekje wat verder achterin mijn hoofd. Op weg naar Utrecht zag ik een diep oranje zon zakken boven de IJssel bij Deventer, een Hollands gezicht dat me direct deed beseffen dat Nederland mij ook dierbaar is. Ik heb het afgelopen halfjaar geen heimwee gehad, maar ik heb me ook nooit echt thuis gevoeld. En daar had ik misschien tegen het einde wel weer behoefte aan. Me begeven in een omgeving waar dingen natuurlijker voelen, waar ik de mensen versta zonder er moeite voor te doen. Niettemin was de keuze om naar Bergen te gaan een van de beste van mijn leven. Nog nooit heb ik zo veel geweldige mensen ontmoet, met zo veel verschillende culturen die de hoek om komen kijken. Als ik iets ga missen van mijn semester in Bergen is het wel de onbegrensde gezelligheid van het leven op Fantoft, met de eindeloze ontbijten, internationale etentjes en jam sessions. En ook de heuvels naast de deur, de mogelijkheid om in twee stappen op een berg te staan, zal ik gaan missen. De natuur van Noorwegen zal de reden zijn om terug te keren. Ik heb zo'n verschrikkelijk klein deel gezien van het land dat ik ongetwijfeld meerdere keren terug zal keren met mijn tentje en mijn rugzak om andere hoekjes te gaan verkennen.
Ten slotte hoort bij Bergen ook Julia. Al sinds eind februari hebben we erg veel tijd met elkaar doorgebracht, de laatste twee maanden onder de gebruikelijke noemers. Ik ben blij, dankbaar, gelukkig, dat ik haar ben tegengekomen en dat ik zij deel is van zo veel mooie herinneringen aan Bergen. Ik kan niet wachten tot ze komende vrijdag in Utrecht arriveert.

Dit was het dan, mijn Life in Bergen.
lieve joen, fijn dat je weer in het land bent, maar ik zal je spannende en geestige verhalen missen!dank je wel voor de gulheid waarmee je je avonturen met ons deelde.en wat is het noorwegen dat je met je camera vastlegde, ongelofelijk indrukwekkend; geen wonder dat je terug wilt..
BeantwoordenVerwijderenik hoop in de toekomst meer over jouw julia te horen, en wie weet, ooit wel te zien?
ik ga nu naar bed, maar misschien zien we elkaar wel de 11e, als ik mijn verjaardag vier.tot gauw, liefs oma
een waardig besluit kind. ik sluit me helemaal bij oma aan, na zelf op bezoek gaan was je blog lezen wel het een na leukste het afgelopen half jaar. ik heb het al live gezegd maar ik denk dat je jezelf en ons een groot cadeau hebt gegeven met je ondernemingslust en wat daaruit is voortgevloeid.
BeantwoordenVerwijderen