zaterdag 30 januari 2010

Sneeuw en Elevators

De frequentie van de stukjes hier begint een beetje af te nemen, merk ik. De nieuwigheid van het wonen in een andere stad is er ook wel af. Sommige bezigheden, vooral de studiegerelateerde, nemen veel tijd in beslag, maar hoeven ook weer niet elke keer in detail te worden beschreven.

Vorige keer zei ik dat ik van plan was te gaan spelen met wat andere muzikanten hier, zodat de op de volgende jam session in 'Klubb Fantoft' samen iets degelijks konden gaan spelen. Inmiddels zijn we al twee keer bij elkaar gekomen, onder de voorlopige naam 'The Elevators' (omdat het ons leuk leek om een liftconcert te geven, we de sfeer naar een hoger niveau brengen, en nummer wilden schrijven met slechts de graffiti in de liften van Fantoft als tekst, et cetera). De bezetting is momenteel twee gitaren, een keyboard, een mandoline en een mondharmonica, en soms zingt er iemand een stukje. Ik vind het verschrikkelijk leuk en leerzaam om een beetje te improviseren met de anderen. Je hoeft maar twee akkoorden in te zetten en er haken mensen in, en een paar minuten later heb je swingende muziek. Ook hebben we 'The House of the Rising Sun' en 'Oh, Darling' bewerkt tot versies waar solo's inpassen (en een mandolinepartij).
De vraag is nu of het even leuk is om naar de luisteren als het is om te spelen, maar dat gaan we komende zondag op de jam session testen. Ook lijkt het erop dat we al iets serieuzers neer moeten zetten over een week, op een Chinees festival hier in Bergen. Onze keyboardster kende de organisator en haalde ons over om in ruil voor eten te komen spelen. Ik ben benieuwd hoe dat uit gaat pakken. In ieder geval slijt ik nu ongeveer een huidlaag per dag weg op mijn linker vingertoppen door het vele oefenen.

Verder heb ik, eindelijk, mijn kwantummechanische paper opgestuurd naar de Utrechtse professor (exemplaren op te vragen bij ondergetekende, voor de belangstellenden). Nou maar hopen dat het goed genoeg is om het vak succesvol af te ronden.


Gelukkig kom ik ook nog wel eens buiten. Ik blijf enorm genieten van de omgeving van Bergen. Voor de mensen die van plan waren hier langs te komen en het lopen niet schuwen, ik kan jullie zo een paar prachtige wandelingen aanwijzen met verschillende moeilijkheidsgraden en lengtes. Tenminste, ik weet niet hoe ze er zonder sneeuw uitzien.


De mooiste wandeling tot nu toe was die van gisteren, toen we bij Gullfjellet gingen beklimmen, even ten oosten van Bergen. Dit gebied was beduidend minder belopen dan de paden rond Bergen. Het pad dat we volgden was diezelfde dag nog gemaakt door een enkele langlaufer. Dat maakte het lopen niet altijd even makkelijk, omdat je regelmatig ver in de sneeuw zakte, of grote (schuine) plakken ijs moest oversteken. Maar al onderglijdend en wegzakkend hebben we toch een topje bereikt met werkelijk fenomenaal uitzicht. Wandelen door de sneeuw is een heel bijzondere ervaring, omdat er werkelijk niks anders om je heen is dat witte sneeuw, blauwe lucht en een enkel stukje steen. Op de foto's ziet het er daardoor soms wat monochroom uit, maar de werkelijkheid is prachtig. Het landschap wordt er heel stil en rustig van.


Tot slot wilde ik nog even opmerken dat de Noorse taal soms humoristisch uit de hoek kan komen, voor ons Nederlanders dan. Beste voorbeeld hiervan dat ik ben tegengekomen is een kerk hier niet ver vandaan, genaamd 'Slettebakken Kirke.' Je vraagt je af wat er daar gepredikt wordt...

woensdag 20 januari 2010

Beginnende colleges en pannekakerøre

Mij wordt nog wel eens verweten, als ik vakantiefoto's laat zien, dat ik zo weinig mensen op de foto heb staan. Dat het soms lijkt alsof ik in mijn eentje door de bergen heb gelopen. Om deze klacht bij voorbaat een beetje op te vangen, zal ik eens wat schrijven over de mensen hier.

Ik spreek vooral erg veel uitwisselingsstudenten. Hier op Fantoft (enkele lage flats en een hoge vol studenten) wonen bijna alleen maar uitwisselingsstudenten, in Klubb Fantoft (kroeg/café/club) komen dus ook bijna alleen maar uitwisselingsstudenten en eventuele activiteiten worden vaak georganiseerd voor en door, je raadt het al, uitwisselingsstudenten. De studenten komen van over de hele wereld, de mensen die ik regelmatig zie komen bijvoorbeeld uit Duitsland, Canada, Slowakije, de VS, Italië, Oostenrijk, Australië, Finland en natuurlijk ook een paar uit Nederland. Dus je kunt tijden praten over de verschillen tussen al die landen. Iedereen hier is erop uit om mensen te ontmoeten, waardoor er geregeld eetpartijtjes en samenkomsten anderszins zijn waar je een heleboel mensen tegenkomt.

Dit alles helpt niet echt om mijn Noors te verbeteren. Behalve de enkele woordjes in de supermarkt spreek ik het eigenlijk niet, ook omdat er weinig oefening te krijgen is. Meestal krijg ik wel een aardig idee van het gespreksonderwerp als twee Noren met elkaar praten, maar dat is niet genoeg om iets terug te kunnen zeggen. En als je eenmaal in het Engels begint, dan komt er van dat Noors helemaal niks meer. De Noren die je ziet op straat of in de bus zijn, zoals Wendela al gehoord had, een beetje nors. Ze lijken er niet echt op uit om contact te maken met andere, vreemde mensen. In de bus word ik doorgaans compleet genegeerd, zelfs door de chauffeur, maar ik blijf natuurlijk gewoon consequent 'Hei' zeggen tot ze het door hebben dat ze iets terug moeten zeggen. Nu vind ik het niet zo raar dat mensen je op straat negeren, maar als je in de heuvels aan het lopen bent is het niet anders. Ik was altijd gewend in Nederland en ook in de Alpen dat je je medewandelaars altijd vriendelijk groet of op zijn minst toeknikt. Zelfs dat heb ik hier zelden gezien.

Dat gezegd hebbende lijkt het er ook op dat de uitzonderingen op deze algemene houding des te vriendelijker zijn. Als het eerste contact eenmaal gemaakt is, zijn de Noren verschrikkelijk behulpzaam en aardig. Om het een en ander toe te lichten: vandaag begon mijn vak Neurochemistry, althans, volgens mijn informatievoorziening. Ik moest me melden bij de receptie op de zesde verdieping van een gebouw bij het ziekenhuis, maar daar aangekomen (netjes op tijd) wist de receptioniste helemaal niks van enig onderwijs die dag. Ook al had ze geen idee waar ik het over had, heeft ze net zo lang rondgebeld en gevraagd totdat ze iemand gevonden had die mij verder kon helpen. Uiteindelijk bleek dat de professor de bijeenkomst had verplaatst naar morgen, maar dat stond natuurlijk niet op mijn internetpagina. Overigens blijkt dat vak een zelfstudievak te zijn, wat betekent dat ik op eigen houtje een boek door mag gaan werken de komende paar maanden. Terwijl ik juist zo gesteld was op de passieve route van kennisvergaring...

Ook het vak Experimental Techniques in Physical Chemistry begon vandaag. We zijn met zijn tienen, geleid door een professor die erg hakkelend Engels spreekt. De Noren bij dit vak zijn dan weer wat minder communicatief, en stelden al hun vragen consequent in het Noors. Voor de praktische opdrachten zal ik gaan samenwerken met een beginnende PhD-student genaamd Vijayshankar uit het zuiden van India (die een beetje vreemd ruikt).

Sinds het vorige stuk hier heb ik al wat meer van de omgeving van Bergen verkend. Vorige week woensdag beklommen we Ulriken, de hoogste heuvel rond Bergen, met tevens het mooiste uitzicht. Deze wandeling was de langste en de zwaarste tot nu toe, zeker omdat de laatste honderden meters door een dikke laag sneeuw gelopen moest worden, waar je bij elke stap tot halverwege je schenen in de sneeuw zakte.

Die vrijdag ben ik met Mathijs gaan liften richting de Hardangerfjord. Uiteindelijk kwamen we zo'n 100 km ten oosten van Bergen uit, in het plaatsje Norheimsund. Hier had je een prachtig uitzicht op de op-een-na grootste fjord van Noorwegen. Het was alleen wel wat kouder daar in het binnenland dan we verwacht hadden, dus toen we een uur moesten wachten op een auto terug naar Bergen waren we wel een beetje verkleumd. Toevallig was er vlak achter onze liftplek een hele mooie, 50 meter hoge, geheel bevroren waterval waar je achterlangs kon lopen. Dat was een heel bijzonder gezicht, een waterval die instantaan leek te zijn bevroren, inclusief de rare vormen en spetters. Het was dan ook, volgens de geëmigreerde Nederlander die we daar spraken, een tijdje -24 graden geweest daar. Uiteindelijk kregen we een directe lift terug naar Bergen van een kleine Schot die elke zin antwoordde met "Ay, lads!" en het gespreksonderwerp minimaal eens per vijf minuten terugbracht op de schoonheid van Noorse meisjes. Hij boodt ons bij afscheid nog een zomerbaantje aan op een van zijn viskwekerijen.

Naast een korte verkenning van het eiland Sotra, ben ik de rest van de dagen vooral bezig geweest met het schrijven van mijn eerdergenoemde paper. Het begint langzaam ergens op te lijken, maar omdat het een zeer controversieel onderwerp is ben ik erg veel tijd kwijt met het lezen van artikelen (bijvoorbeeld getiteld: "Decoherence and Ontology (or: How I learned to stop worrying and love FAPP)"). Maar na morgen zijn al mijn vakken begonnen en zal ik wat minder tijd hieraan te besteden hebben.

Ik was van plan mijn Noorse woordenschat een klein beetje te vergroten door een kinderboek te kopen dat ik al ken en dat proberen te lezen. Helaas bleek een nieuw exemplaar een beetje te duur, maar tot mijn grote vreugde kwam ik twee prachtige boeken van Pettson tegen bij de tweedehands winkel ("Pannekakerøre" en "Gubben og katten på teltur")! Dat zijn nog eens lichtpuntjes.

Een laatste noemenswaardige gebeurtenis was een 'jam session' in Klubb Fantoft afgelopen zondag. Het idee bleek dat mensen met wat instrumenten, die daar aanwezig waren, muziek mochten gaan maken, in aanwezigheid van iedereen die maar wilde komen luisteren. Ik had al aan enkele mensen verteld dat ik mijn gitaar mee had genomen, dus die moedigden mij aan eens iets te laten horen. Ik voelde er niet zo veel voor om met anderen te improviseren, omdat ik daar niet bepaald goed in ben, maar aan het eind van de avond, toen ik genoeg moed verzameld had, heb ik nog wel een dikke twintig minuten voor enkele tientallen toehoorders wat nummers gespeeld. En gelukkig ging dat nog best goed. Ook had ik met de andere muzikanten afgesproken om eens een keer samen te oefenen zodat we op een volgende gelegenheid samen iets goeds kunnen gaan spelen. Twee van deze muzikanten bleken ook nog eens echte authentieke Noren!

Zijn we alweer aangekomen bij het vragenrondje:
Jan Peke: Dat rechthoekige witte vlak in de stad is een grote vijver die helemaal bevroren en besneeuwd is.
Nadine: Ja, ik was gewaarschuwd voor de Noorse prijzen, maar heb het niettemin een beetje onderschat. Ik had verwacht dat de (non-alcoholische) artikelen in de supermarkt niet zo duur zouden zijn, omdat de Noren toch ook moeten eten, maar ik was vergeten dat de Noren natuurlijk een Noors salaris krijgen. En waarom Mathijs geen blog heeft, tsja, dat mag je aan hem vragen.

dinsdag 12 januari 2010

Stad tussen de heuvels

De inwoners van Bergen zeggen dat hun stad tussen zeven heuvels is gebouwd. Met wat kunst en vliegwerk kun je inderdaad zeven heuvels tellen, maar vijf of tien kan ook. Niettemin zijn deze heuvels wat mij betreft de grootste attracties van de stad. Vanuit een willekeurig punt in het centrum of daarbuiten kun je binnen pakweg anderhalf uur bovenop een van die heuvels staan. Het uitzicht daarboven is werkelijk fenomenaal. Afgelopen vrijdag zijn we bijvoorbeeld met een paar uitwisselingsstudenten, voornamelijk Nederlanders, Fløyen opgelopen. Je kunt ook met een treintje naar boven, maar dat is natuurlijk valsspelen. Ondanks zijn bescheiden hoogte, levert Fløyen een prachtig beeld van de stad (zie bovenaan de pagina). Ik kreeg de indruk dat de bovenkant van de heuvel eigenlijk het stadspark van Bergen is, waar mensen in de winter langlaufen (sneeuw tot kniehoogte, zo ongeveer) en 's zomers wandelen.


Gisteren liepen we met soortgelijk gezelschap Løvstakken op, de heuvel recht tegenover
Fløyen (misschien is dit een goed moment om GoogleMaps erbij te pakken). Deze wandeling was zo mogelijk nog mooier. We kwamen onderweg over smalle paadjes door de sneeuw nauwelijks iemand tegen, maar bereikten na ongeveer anderhalf uur de top met een uitzicht dat je direct doet beseffen dat Noorwegen het mooiste land ter wereld is. Naar beneden waren wat steilere paadjes, veelal bedekt door aangestampte sneeuw en ijs, waardoor de terugweg meer vallen was dan lopen. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik omringd ben door dit soort prachtige wandelingen, je kunt vanuit huis alle kanten op (ik woon in het rode cirkeltje op onderstaande foto). Morgen gaan we er nog maar eens eentje doen.


Maar genoeg gezwijmel over landschappen en heuvels. Er moet natuurlijk ook gestudeerd worden. De vakken lijken alleen allemaal pas volgende week te beginnen. De informatievoorziening wat betreft vakken is erg onduidelijk en soms tegenstrijdig, waardoor ik er niet altijd zeker van ben dat ik het goed doe. Voor twee vakken ben ik nu gelukkig ingeschreven (Quantum Mechanics en Experimental Techniques in Physical Chemistry), maar de practica van het tweede vak staan niet online ingeroosterd, waardoor het met een beetje pech samenvalt met andere colleges. Het derde vak (Neurochemistry) is van een andere faculteit en de universiteit kan niet in hun systeem nagaan dat ik de juiste voorkennis heb, wat de inschrijving ineens heel moeilijk maakt. Je mailt eens hier en daar, geen respons. Ik ga maar eens proberen de docent te mailen, want als ik eenmaal in de goede collegezaal zit moet het wel goedkomen. Als ik het goed heb gezien heb ik waarschijnlijk maar drie dagen in de week college, waardoor er genoeg tijd overblijft voor (andere) leuke dingen. Zo heeft Mathijs al aangetoond dat je makkelijk kunt liften naar dorpjes rond Bergen.
De tijd voor de colleges beginnen zou ik eigenlijk moeten vullen met het schrijven van een paper, nog voor een vak uit Utrecht ('The interpretation of superposition in Everettian formulations of quantum mechanics'), maar dat is erg moeilijk als er besneeuwde heuvels naar je lonken. Het zou makkelijker zijn als het minder mooi weer zou zijn. Het is tot nu toe namelijk alle dagen volle zon geweest, geen wolkje aan de lucht. De temperatuur was tot nu toe ergens tussen de -2 en -10 graden Celsius, maar vandaag heb ik voor het eerst plasjes water gezien tussen de sneeuw, dus het zou wel eens wat kunnen gaan dooien.

Het begint langzaamaan een populair tijdverdrijf te worden om iets voor weinig geld te kopen (vooral onder Nederlanders natuurlijk). Het idee is als volgt: je verzint een product dat je wel zou willen hebben, en doorkruist vervolgens enkele malen het centrum van Bergen op zoek naar de laagste prijs. Ontstaan uit verontwaardiging over de prijs van netwerkkabels (18 euro voor een meter), blijkt dit spelletje ook op vele andere producten toepasbaar. Zo heb ik vandaag geprobeerd een koffiezetpotje te vinden (zo eentje waar je de koffie naar beneden drukt met een stamper). Ik kwam een heel simpel plastic-en-glas modelletje tegen voor de prijs van 36 euro (!!!). Dit ging mijn voorstellingsvermogen ver teboven, en dus werd de jacht geopend op een goedkoper exemplaar. Na een middag speuren moest ik toch tevreden zijn met een mooi exemplaar voor een euro of 25, goedkoper was echt niet te doen. Mijn liefde voor koffie heeft het toch gewonnen van mijn zuinigheid. Tip van het jaar bij het kopen van huisraad van enigerlei soort is de Fretex, een kringloopwinkel van het Leger des Heils. Hier heb ik, als pleister op het gat in mijn hand, een fijne theepot gekocht voor een eurootje of vijf, zodat ik nu in sloten kan drinken in plaats van in enkele kopjes.
Voordeel van dit zoeken naar winkels is dat je nog eens mooie dingen tegenkomt. Zo liep ik vandaag langs een werkplaatsje waar iemand gitaren maakte. Ik had nog nooit een gitaar van de binnenkant gezien, dus ik liep nieuwsgierig binnen om te vragen of ik kon zien hoe de gitaren werden gemaakt. Helaas had de (Duitse) gitaarmaker (Hanno Kiehl) geen gitaar open liggen, maar hij wilde me wel laten zien hoe hij te werk ging. Hij maakte zijn gitaren van voor tot achter zelf, met beitels en vijlen. Vanwege de prijs van zo'n handgemaakt instrument (ongeveer 3500 euro) durfde ik niet te vragen of ik er eentje mocht proberen, maar ik vond het wel geweldig om te zien dat er nog mensen zijn die, vaak op verzoek, met de hand gitaren bouwen. (Geheel los hiervan krijg ik mijn eigen gitaar maar niet zuiver gestemd op mijn kamertje, ik vermoed dat de temperatuur en/of de vochtigheid te veel wisselt tussen dag en nacht.)
Boodschappen doen is dus nog een tijdrovende bezigheid, omdat je elk product vergelijkt met zijn buren om te kijken wie de goedkoopste kiloprijs biedt, en omdat je goed moet uitkijken dat je niet per ongeluk een tube vloeibare makreel koopt in plaats van mayonaise. Ik vermoed dat ik op een gegeven moment de supermarkten leer kennen, en weet hoe ik voor weinig geld toch lekker kan eten.

Voorlopig wissel ik de dagen af met paper schrijven en lopen. Zo heb je na elke dag van werken (en het uitstellen daarvan) een dag beloning.

Bedankt voor de reacties op het vorige stuk, ik vind het erg leuk om wat van jullie te horen. Verzoekjes voor schrijfonderwerpen of vragen anderszins kunnen natuurlijk ook achtergelaten worden. Ik vergeet ook wel eens dingen te vertellen.

woensdag 6 januari 2010

De grote Reis en de eerste dagen

Eindelijk kan ik het thuisfront iets laten horen! Het bleek toch wat ingewikkeld om internet te bemachtigen op mijn kamer, maar het is eindelijk gelukt. Tijd voor uitgebreide verhalen over de reis naar het Noorden en de eerste paar dagen hier.

Om half acht vertrok de CityNightLine met Mathijs en mijzelf aan boord
uit Utrecht naar Kopenhagen. Het paneel met de treinsamenstellingen gaf onze wagon weer met een pictogrammetje van een poppetje dat comfortabel op een soort sofa lag, hetgeen verwachtingen wekte van een degelijke nachtrust. Onze coupe bleek echter niet over sofa's te beschikken. Het was een doodnormal 6-persoonshok, met als enige extra feature stoelen die een machtige tien centimeter naar voren konden schuiven. Mathijs zijn stoel bleek zelfs in zijn geheel uitneembaar, maar dat zal wel niet de bedoeling zijn geweest. Eventjes koesterden we de hoop dat het heel erg rustig zou worden in de trein, en dat we over drie stoelen zouden kunnen gaan liggen, maar in Arnhem kregen we gezelschap van een jongen uit Sri Lanka en zijn moeder, die in de buurt van Kopenhagen woonden. Alleen de jongen sprak Engels, en hij vertelde ons dat ze bij de Tamil hoorden en twee jaar geleden gevlucht waren vanwege al het geweld. Hij wilde graag voor accountant studeren in Denemarken. In Emmerich werd de locomotief gewisseld en wilde de douane graag ons paspoort zien ("Heeft u ook drugs of wapens bij u?"), en even later in Duisburg was het de beurt aan de Duitse politie om iedereen zijn paspoort te laten trekken. In Keulen werd de trein pas echt goed gevuld en stond de trein om onduidelijke redenen bijna een uur stil.

Met de Oudjaarsnac
ht nog in ons lijf probeerden we iets van slaap te bemachtigen, maar het werd ons erg moeilijk gemaakt. Op een brakke treinstoel kun je nou eenmaal op geen enkele manier lekker liggen. Alle mogelijke houdingen (rekening houdend met je medereizigers) hebben na enkele minuten verrekte spieren of slapende ledematen tot gevolg. Buiten vroor het flink (in Kopenhagen zagen we dat bijna alle traptreden vastgevroren waren met ijs), maar de verwarming wachtte steeds tot het echt goed koud was en je je voeten niet meer goed voelde met aanslaan. Iemand had vervolgens de briljante ingeving gehad om de verwarming achter het hoofdgedeelte van de stoel te plaatsen, zodat er enkele keren per uur een gloeiend hete straal lucht in je oor zat te blazen. De Sri Lankaanse moeder had een goede snurk in haar mars, in Hannover werd de trein uit elkaar getrokken en gerecombineerd tot volledige treinen richting Kopenhagen en Berlijn en ergens na Hannover kwam er nog een Deense vrouw bij in onze coupe. En als je er dan toch in geslaagd was om in sluimertoestand te geraken, dan was er nog wel een conducteur bereid om je midden in de nacht om je kaartje te vragen. Ergens in de vroege uurtjes kwamen we er ook nog eens achter dat de trein anderhalf uur achter liep op schema, terwijl we maar een kwartier meer dan dat overstaptijd hadden in Kopenhagen (Keumhan).

Rond zeven uur werden we voorgoed gewekt door een naburig Somalisch gezin met kleine krijsende kindertjes. Bij de Deense grens kwam de douane nog eens om paspoorten vragen, maar dit keer werd het gehele Somalische gezin de trein uitgezet en afgevoerd in een politiebusje, waarschijnlijk vanwege een enkel verlopen paspoort. We reden verder door een besneeuwd Denemarken, terwijl de Sri Lankanen hun bananen met oorverdovend gesmak wegwerkten. Op wonderlijke wijze liep de trein zijn achterstand voor een groot deel in, waardoor we met een heel uur speling binnenreden op Kopenhagen S. Tijd genoeg om lichaam en geest op te porren met een grote kop koffie (en thee voor Mathijs).




Ietsjes minder brak stapten we op de trein naar Göteborg (Juttebor). Volgens onze gegevens zou dit een stoptrein moeten zijn. Hij stopte ook op praktisch alle tussengelegen stations, maar het was dan wel een stoptrein met TGV-achtig uiterlijk en dito snelheid. Naast ons zaten broertje en zus van ongeveer 12 en 15 jaar oud, die de hele reis hun snoep zaten te verorberen en stilletjes liepen te geiten met elkaar. De stoelen waren zeer prettig, hetgeen ons deed hopen op een soortgelijk comfort in de tweede nacht.
In
Göteborg verlangden we naar iets warms in onze maagjes, dus haalden we naar goede Berlijnse traditie een broodje fastfood (met echte groente!) bij de Subways, bij gebrek aan een beter alternatief. Ik trok ondertussen Zweedse zwervers aan, die overigens allebei prima Engels spraken, maar ik had helaas voor hun geen enkele Zweedse kroon op zak. Op het station kwamen we ook een Nederlandse jongen (Dick) tegen die we ook al in de nachttrein naar Kopenhagen hadden gezien. Later bleek hij voor het vullen van zijn Bachelor minor een half jaar naar Trondheim (Tronjem) te gaan, met zijn fiets, en naast twee sets kleding slechts een heleboel kampeer- en klimspullen. Alledrie stapten we de trein naar Oslo (Osloh), waarbij Dick zijn fiets in de cabine van de machinist moest zetten. Een minuut of vier voor vertrek riep de conducteur om dat de trein een defect had waardoor hij niet harder dan 100 km/h kon rijden en dat het voor de mensen die nachttreinen naar Trondheim, Bergen of Stavanger moesten halen beter was om een bus te nemen van platform zus-en-zo die de spoorwegen hadden geregeld, omdat die wel op tijd in Oslo zou arriveren. Dit alles werd slechts omgeroepen in het Noors, waardoor wij zoveel meekregen als "Bergen", "bus", "nachttrein." In lichte paniek vroegen we een Noor, die ons twee minuten terug geirriteerd had gewezen op het 'stilte'-bordje, wat er nou precies aan de hand was. Direct rukten we al onze bagage uit de rekken en haastten we ons naar het busplatform, wat zich natuurlijk bevond naast het rangeerterrein, achter de parkeerplaats die lag aan het eind van de busterminal. Dit alles met bagage voor een half jaar, aan alle ledematen tientallen kilo's spul, door centimeters sneeuw. Gelukkig vonden we de bus, pasten we er nog bij en sjeesden we al snel naar het Noorden. De buschaffeur verdient hierbij veel lof voor zijn rijvaardigheid. Door een geheel besneeuwd landschap wist hij de 300 km van Göteborg naar Oslo in slechts drieenhalf uur af te leggen, voor het grootste deel over tweebaanswegen. Om ons op tijd zijn te vieren en moed en warmte in te drinken voor de nacht trakteerde ik Mathijs en Dick op een slootje thee, waarna we in onze nachttreinen stapten. Op het perron zagen we wagon 11 en 12 staan, waardoor ons wagonnummer 446 wat onlogisch leek. Toen we onze reservering navroegen bij de conducteur verwees hij ons echter zeer geirriteerd naar de achterkant van de trein. En inderdaad, de wagons nummerden logischerwijs van 11, 12, 13, 14, 445, 446, 447. De NSB (de Noorse spoorwegen) toonden zich wel sympathiek door alle reizigers uit te rusten met een dekentje, oordopjes en een (lek) opblaaskussentje. De trein zelf was eigenlijk een normale trein, met wederom als enige slaapattribuut stoelen die enkele centimeters onderuit schoven. Ditmaal echter zaten we in op een vierzitsplekje zonder mensen tegenover ons, wat enige strekking van ledematen mogelijk maakte. Er volgde een nacht vol halfslaap, sluimer en desorientatie, maar vanwege de iets comfortabelere inrichting en de moeheid heb ik toch wat slaap mee kunnen krijgen. Toen ik rond half vijf naar buiten keek, zag ik dat we door een donker landschap reden met bergen, meren en vooral veel sneeuw, ijs en rots. Een enkele keer stopten we op een verlaten besneeuwd station waar niemand in- of uitstapte, zonder dorp in de buurt. Dit alles vond ik zo mooi, dat ik eigenlijk alleen nog maar naar buiten wilde kijken, en niet meer wilde gaan slapen. Om zeven uur 's ochtends, geheel op tijd, arriveerden we eindelijk op het station van Bergen.

De tijd tussen aankomst en de opening van de balie waar we een kamersleutel konden halen vulden we met een veel te dure vieze kop koffie, om vervolgens met alle kilo's aan bagage door de diepe sneeuw de stad door te lopen. Een groot deel van de stoepen en straten waren veranderd in plakken ijs. Bij de balie betaalden we de borg en kregen we een sleutel in handen. Nog steeds zonder ontbijt in de maag sjouwden we terug richting station waar de bus naar Studentboliger Fantoft vertrok. Na nog een klein stukje sleuren van de bushalte naar de flat volgde het (op dat moment) ultieme genot van een warme douche.
Ik heb een kamer in een mini-appartementje voor twee personen, die bestaat uit een badkamertje, een keukentje zonder ramen en twee kamers met simpele stoel, tafel, bed, bureau en wat lades om spullen in op te bergen. Het keukentje in op zijn zachtst gezegd karig, met twee elektrische pitten die integraal onderdeel zijn van het metalen aanrechtblad, waardoor dit blad elke keer als je iets kookt kromtrekt en gloeiend heet wordt. Maar naast het overduidelijk onpraktische heeft wel iets romantisch. Vooralsnog heb ik geen huisgenoot, maar ik hoop nog steeds dat er nog iemand komt. Mathijs zit in een andere flat, met dezelfde kamers als de mijne, maar dan met een eigen badkamertje en een keuken die je deelt met zijn achten. Waarom ik precies gekozen heb voor een tweepersoonsflatje is mij niet helemaal duidelijk, maarja, zo helder stond ik niet meer voor de balie waar ik dit moest kiezen.

Na wat gegeten te hebben, gingen Mathijs en ik de stad in voor verkenning en het doen van wat boodschapjes. We kochten een Noorse SIM-kaart en ondervonden daarna dat de supermarkt in Noorwegen inderdaad verschrikkelijk duur is. Dingen als verse groente, zuivel, vlees en veel andere dingen kosten gerust twee tot drie keer zo veel als in Nederland, om over alcoholische dranken nog maar te zwijgen (ik hoorde dat 0,5 L bier in een cafe ongeveer 65 NOK kost, wat overeenkomt met een dikke 8 euro!). Ik moet nog een beetje leren wat de goedkope producten zijn, zodat ik het leven enigszins betaalbaar kan houden. Uitgeteld kwamen we aan het eind van de middag weer terug bij Fantoft, en na wat eten dook ik snel mijn bedje in.

De volgende ochtend gingen we met een Nederlandse huisgenote van Mathijs, haar moeder, en een ander Nederlands meisje naar de Ikea
in Åsane, omdat we allemaal enkele basale spullen mistten en dit in de stad zelf met geen mogelijkheid goedkoop te krijgen was. Ik kocht wat beddengoed (een slaapzak in een dekbedovertrek is ook een dekbed), een kussen, een lampje, bestek en een fluitketel. Terug in Bergen kochten we nog een buskaart voor de komende maand, gingen we naar een meeting op Fantoft over Fantoft en aten we met zijn allen hutspot.

Vandaag begon de introductie van de universiteit met een heleboel informatie en bureaucratie over inschrijvingen, vakken, aanmeldingen, drie verschillende pasjes, identificatienummers en van die dingen meer. Een bepaalde combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord was vereist voordat er een internetverbinding mogelijk was op mijn kamer, vandaar dat ik dit alles nu pas kan schrijven. Bij deze bijeenkomsten kwam ik al een heleboel andere uitwisselingsstudenten tegen, vooral Duitsland is erg goed vertegenwoordigd.
Na een hele dag van dit alles, schrijf ik dit lange verslag. Voor de liefhebbers zal ik mijn Noorse telefoonnummer en adres nog even rondmailen.

Tot zover voor nu, later meer.